Verschilllen

Het erfrecht kent standaardregels over wie de erfgenamen zijn. Dit heet versterferfrecht en geldt als iemand geen testament heeft gemaakt. Met een testament is het mogelijk af te wijken van de regels die standaard gelden. Dit heet testamentair erfrecht. Iedereen van 16 jaar en ouder kan een testament maken. De volgende regels gelden voor het versterferfrecht:

  • Als u als erflater bent getrouwd en geen kinderen heeft, is uw echtgenoot de enige erfgenaam.
  • Als u niet bent getrouwd, maar wel kinderen heeft, dan zijn uw kinderen de erfgenamen. Zij erven ieder een gelijk deel.
  • Heeft u een echtgenoot en kinderen, dan erft uw echtgenoot samen met de kinderen, ieder een gelijk deel. De wettelijke verdeling is van toepassing.. De kinderen krijgen pas de erfenis als u beiden bent overleden.
  • Heeft u geen echtgenoot en geen kinderen, dan erven uw ouders en uw (half)broers en (half)zussen. Is uw broer of zus al eerder overleden, dan komen diens kinderen daarvoor in de plaats.
  • Heeft u geen echtgenoot, geen kinderen, geen ouders en geen broers of zussen, dan erven uw grootouders. Als die al gestorven zijn, komen hun (klein)kinderen daarvoor in de plaats. Zijn ook deze allemaal gestorven, dan komen de overgrootouders met hun afstammelingen aan bod.

Op 1 januari 2003 is het erfrecht ingrijpend vernieuwd. Deze vernieuwing was nodig om de positie van de langstlevende echtgenoot te verbeteren. Onder het erfrecht van vóór 1 januari 2003 (het “oude erfrecht”) was de langstlevende echtgenoot voor zijn verzorging afhankelijk van de medewerking van de kinderen, en dat liep nog al eens mis. Neem het geval van het standaard gezin, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen; vader en moeder hebben een eigen huis. Vader overleed zonder bij testament de verzorging van moeder te hebben geregeld. Moeder wilde in de “spulletjes” blijven wonen, maar dat kon alleen als de kinderen dat goedvonden. In dat geval moest moeder aan de kinderen hun deel in de erfenis in geld uitkeren. Als vader wel een huis maar geen geld naliet en moeder moest leven van een (klein) weduwepensioen, dan moest zij toch het huis uit.

In het huidige erfrecht is dit probleem opgelost. Nu is het zo dat moeder ook in het huis kan blijven wonen, als vader geen testament heeft gemaakt. Het deel van de kinderen hoeft moeder niet bij leven aan hen uit te keren; zij hoeft ook geen zekerheid aan de kinderen te geven. Moeder kan dus, bij wijze van spreken, alles opmaken, zonder dat de kinderen daar iets aan kunnen doen. Moeder heeft daarvoor de medewerking van de kinderen niet meer nodig. De verzorgingsregeling staat in de wet en werkt automatisch. De kinderen worden niet onterfd, maar hun positie is wel veel zwakker dan onder het oude erfrecht.

Testamentair erfrecht bij gehuwden

In onze praktijk merken we dagelijks dat mensen ervan uitgaan dat geen testament gemaakt hoeft te worden als je getrouwd bent en kinderen hebt. Immers; de wet regelt het nu toch? Het is inderdaad zo dat sinds 2003 het wettelijk erfrecht ingrijpend is gewijzigd. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat de langstlevende echtgenoot bij overlijden van de eerste niets aan de kinderen hoeft uit te keren. De langstlevende is volgens de wet eigenaar geworden van alle goederen van de nalatenschap en krijgt een renteloze schuld aan de kinderen ter grootte van hun erfdeel, berekend over het saldo van de goederen. Pas wanneer de langstlevende overlijdt, failliet gaat of in de schuldsanering belandt, kunnen de kinderen die vordering opeisen. Dit wettelijk erfrecht geldt voor gehuwden en geregistreerde partners, dus niet voor samenwoners. Toch blijft het maken van een testament voor veel mensen een aanrader.

In welke situaties?

Wanneer u:

  • van de wet wilt afwijken, bijvoorbeeld: een kind niet of minder wilt laten erven, een partner met wie u samenwoont wilt laten erven, als u geen partner of kinderen heeft niet wilt dat ouders of broers of zusters erven.
  • wilt regelen dat uw nalatenschap privébezit blijft van uw eigen familie, dus bij een eventuele echtscheiding niet hoeft te worden gedeeld met een aanstaande ex (uitsluitingsclausule).
  • kinderen onder de 18 heeft en u niet wilt dat de rechter regelt wie voor hen zorgt als beide ouders er niet meer zijn (voogdij).
  • kinderen nog niet de vrije beschikking over hun erfdeel wilt geven wanneer ze 18 zijn maar pas als ze iets beter weten hoe ze met hun geld moeten omgaan (bewind).
  • graag iemand zou willen aanwijzen die alles regelt als u zou komen te overlijden (executeur).

Tenslotte biedt een testament ook heel goede mogelijkheden om erfbelasting te besparen. Kinderen moeten namelijk al snel belasting betalen over hun erfdeel en meestal moet de langstlevende ouder dit voorschieten.

Het tweetrapstestament

Volgens het wettelijk erfrecht en ook de meeste gemaakte langstlevende testamenten, worden bij overlijden van de eerst stervende echtgenoot alle bezittingen en schulden automatisch toegedeeld aan de langstlevende echtgenoot. De kinderen erven een vordering op de langstlevende ouder die pas opeisbaar is als de langstlevende is overleden. De langstlevende zelf heeft een vrijstelling van € 600.000,00; de kinderen hebben ieder een vrijstelling van € 19.000,00. Hierdoor moet over de vorderingen van de kinderen al vrij snel belasting worden betaald en dat moet de langstlevende voorschieten. Die kan het vaak niet betalen omdat het vermogen vastzit in bijvoorbeeld het huis of in beleggingen. Bovendien is het helemaal niet zeker of de kinderen ooit ontvangen waarover is afgerekend. De langstlevende mag het immers opmaken.

In een tweetrapstestament wordt de langstlevende echtgenoot tot enig erfgenaam benoemd (dit is de eerste trap), maar dat erfgenaamschap vervalt als de langstlevende zelf komt te overlijden. In hetzelfde testament worden de kinderen tot erfgenaam benoemd voor het geval het erfgenaamschap van de langstlevende echtgenoot is weggevallen. Dit is de tweede trap. De kinderen erven zo bij het overlijden van de langstlevende zowel rechtstreeks van de langstlevende en alsnog van de eerststervende.
Op deze manier hoeft de langstlevende niet meteen belasting te betalen bij het overlijden van de eerste echtgeno(o)t(e), aangezien alles vererft binnen de grote vrijstelling van de langstlevende, en bij het overlijden van de langstlevende hoeft die belasting slechts te worden betaald over het daadwerkelijk ontvangen bedrag. Dit betekent dus in elk geval uitstel en wellicht zelfs afstel.