Een veelvoorkomend probleem is de verkoop van onroerend goed deel uitmakend van de nalatenschap. Zo kan het voorkomen dat een van erfgenamen meent dat hij het meeste recht heeft op de woning omdat hij tot op het moment dat vader en moeder zijn komen te overlijden nog in de woning verbleef. Of een van de erfgenamen wenst het onroerend goed te verhuren in plaats van te verkopen, omdat het beter is de wachten met verkoop totdat de op de markt een hogere prijs kan worden behaald.

Een woning maakt onderdeel uit van een onverdeelde gemeenschap, nalatenschap, waar meerdere erfgenamen recht op hebben. Volgens de wet is het zo dat niemand in een onverdeelde gemeenschap hoeft te blijven.

Volgens artikel 3:178 BW kan ieder van de deelgenoten ten allen tijde verdeling van de nalatenschap vorderen, en in dit voorbeeld derhalve verkoop van de woning. Een mogelijkheid is om deze verdeling uit te stellen met inachtneming van een termijn van drie jaar.

Het kan noodzakelijk zijn om door een makelaar teneinde overeenstemming te komen over de vraag en koopprijs door een makelaar bindend advies te laten vaststellen, alsmede in verband met onduidelijkheid over de reële verkoopprijs.

Zo nodig kan aan de rechtbank worden gevraagd dat partijen zijn gebonden aan het advies van de makelaar met betrekking tot de vraagprijs en de koopprijs. Als de woning bijvoorbeeld binnen zes maanden niet wordt verkocht dan zijn partijen gebonden aan het advies van de makelaar om de vraagprijs van de woning te laten zakken.

Partijen kunnen door de rechter worden gedwongen om actief mee te werken aan de verkoop van de woning. Ook is het mogelijk als een van de partijen weigert om zijn handtekening bij de notaris te zetten om de woning aan de koper te leveren om aan de rechter te vragen om het vonnis van de rechter in de plaats te doen treden van deze handtekening, zodat de onwillige erfgenaam buitenspel wordt gezet.